Onze honden worden vers gevoerd. Wij halen elke week vers vlees bij onze plaatselijke slager: Peter Haker. 

 

De voordelen van verse voeding op een rij: 

 

- Betere algehele gezondheid en hogere weerstand

- Sterkere botten en meer spiermassa

- Het verouderingsproces wordt vertraagd

- Minder allergieën en huidproblemen

- Betere spijsvertering en minder ontlasting

- Minder last van vlooien, teken en mijten 

- Geen tandplaque en tandsteen 

- Mooiere vacht

- Hoger geboortegewicht bij pups

- Hogere melkgift bij zogende teven 

 

...en misschien nog wel het aller belangrijkste punt:

de honden zitten beter in hun vel en genieten zichtbaar van hun dagelijkse maaltijden. 


 

Een hond die van natura is uitgerust met een ijzersterke maag (pH1) om botten te verteren, doen we geen goed met steriele brokken. Een hond die een rekbare maag heeft (als een accordeon) in staat om een half schaap te verslinden en daarna een dag uit buikt, helpen wij niet op weg naar een goede gezondheid om hem ad libitum brokjes te verstrekken. Een hond die zijn gebit schoonhoudt door te knagen op botten en het scheuren aan een lap pens dat zijn tandvlees masseert, houdt geen stralend wit gebit na het eten van een droge brokkenmaaltijd. 

 

Als aanvulling krijgen onze honden diverse snacks zoals gedroogde kippennekken, zalm, zalm skin, gedroogd konijnenvlees en kippenkarkas. Vleesbot maakt ook een belangrijk deel uit van het menu. Je voert vleesbotten om de hond te voorzien van de juiste hoeveelheid calcium. Naast calcium bevatten vleesbotten nog heel veel meer andere vitamines, mineralen en vetzuren. Vleesbot levert niet alleen calcium, de hond moet op vleesbot kluiven, hetgeen hem van kop tot kont ten goede komt. Het is goed voor zijn gebit, zijn spijsverteringskanaal en helpt de hond goede, stevige ontlasting te ontwikkelen (dus geen last meer van anaalklier problemen).

 

Om op een verantwoorde en veilige wijze vleesbotten te kunnen voeren, zou je de volgende zaken in acht moeten nemen:

Geef geen vleesbot aan brok-etende honden. Honden die brokken eten hebben minder zuur maagzuur, doordat brokken koolhydraatrijk zijn. Als je per se vleesbot aan brok-etende honden wil geven, wees dan tenminste zeer voorzichtig en voer alleen zachte vleesbotten van kleine dieren zoals kip, eend, konijn en parelhoen. Geef in ieder geval nooit brok en bot in één maaltijd. Leren kluiven: Honden die nog nooit botten hebben gegeten, moeten soms leren om op vleesbotten te kluiven. Sommige honden vinden het prettig wanneer je het vleesbot vast houdt, zodat ze eraan kunnen knabbelen. Andere honden worden daar juist feller van, willen het bot uit je handen rukken en schrokken het dan versnelt op. Doet je hond het laatste dan is het veiliger om het bot direct aan je hond te geven.

 

‘Leren’ verteren: Honden die nog nooit botten hebben gegeten moeten vleesbotten leren te verteren. Geef daarom de eerste weken alleen zachte vleesbotten van kleine dieren. Begin bij voorkeur bij kippennekken of eendennekken, plet deze met een vleeshamer.

De meeste middelgrote en grote honden slikken kippennekken en eendennekken in 1 keer door. Schrik daar niet van. Maar dit is dus de reden waarom we aanraden de nekken te pletten met een hamertje. Kippen en eendennekken zijn namelijk bedoeld om de hond vleesbot te leren verteren. Als ze in één keer worden ingeslikt, kan dat geen kwaad. Zodra de nekken goed worden verteerd, kun je overstappen naar grotere vleesbotten van kleinere dieren, die niet in één keer ingeslikt worden. Grotere vleesbotten van kleine dieren zijn bijvoorbeeld (delen van) een hele kip, parelhoen, eend, konijnen, kwartel, fazant of de karkassen daarvan.

 

De volgende stap na de nekken: Als de nekken goed verteren, stap dan over op andere vleesbotten van kleinere dieren zoals kippenvleugels (deze kan goed geplet worden met een vleeshamer of snoeischaar en kan ook als beginnersbot gegeven worden in plaats van de kippennekken), kipkarkas, eendkarkas, parelhoenkarkas, konijnkarkas, hele konijnen, parelhoenen of kwartels.

 

De volgende stap na vleesbot van kleine dieren: Pas als de vleesbotten van kleine dieren probleemloos gegeten en verteerd worden, stap dan over op vleesbotten van grotere dieren. Dit is overigens niet noodzakelijk. Honden halen voldoende voedingsstoffen uit alleen vleesbotten van kleinere dieren. Zelfs voor kluifwerk hebben ze geen vleesbotten van grotere dieren nodig. Geef voor goed kluifwerk gewoon een hele of halve kip, eend of parelhoen. Kluifwerk genoeg!

 

Geschikte vleesbotten van grotere dieren 1: Geef alleen vleesbotten van jonge, grotere dieren zoals lam, geit, hert of kalf. Botten van oudere dieren kunnen het gebit beschadigen. Bovendien verteren de botten slechter/moeilijker.

Geschikte vleesbotten van grotere dieren 2: Geef alleen vleesbotten van jonge, grotere dieren die geen gewicht hebben gedragen zoals de nek, ribben, heupen, schouders of schedel.

 

Ronduit gevaarlijke botten: geef nooit één enkele rib! Honden kunnen deze in één keer inslikken, er in stikken of het bot kan een obstructie veroorzaken. Kijk om dezelfde reden uit met kalkoennek en ossen- of kalfsstaart.

Geef géén gewicht dragende botten: Geef geen vleesbotten van grotere dieren die gewicht hebben gedragen. Dus geen knie of poot. Kippenpoot kan wel, kip wordt altijd jong geslacht. Een kippenpoot is echter geen geschikt beginnersbot.

Geef nooit kale vleesbotten: Zorg dat er altijd meer dan 50% vlees aan het bot zit. Twijfel je of het vleesbot voldoende vlees bevat, geef er dan extra pens of spiervlees bij. Beter te veel dan te weinig vlees.

Geef nooit gekookte botten: Gekookte botten veranderen van structuur en worden knetterhard en gaan splinteren. Ze kunnen schade aan het gebit en spijsverteringssysteem veroorzaken!

Liever niet: Geef liever geen vleesbotten van grote dieren op de nuchtere maag aan beginnende vers gevoerde honden, niet iedere hond verteerd deze goed. Eventueel kun je er extra pens of spiervlees bij geven.

 

Als de ontlasting wit en zeer kalkachtig is: dan was de verhouding bot ten opzichte van vlees niet optimaal. Wees erop bedacht dat te kale of te harde botten obstipatie kunnen veroorzaken. Geef voortaan minder grote/minder kale botten. Op zich is een keertje witte ontlasting niet erg. Maar structureel witte/kalkachtige ontlasting betekent teveel bot of te kaal bot.

Obstipatie: Als je hond de dag na het eten niet kan ontlasten, heb je teveel of te kaal bot gegeven. Het is niet de bedoeling dat een hond structureel moeilijk ontlast! Geef minder kaal bot of minder bot. Gebruik alleen in overleg met een dierenarts eventueel een klysma om de hond te helpen bij het ontlasten. In sommige gevallen kan een klysma de problemen ernstig verergeren, dus gebruik dit niet zomaar.

Notitie: Vleesbotten van grote dieren veroorzaken meer problemen met obstipatie dan vleesbotten van kleinere dieren. Botten van kleinere dieren zijn altijd zachter en makkelijker te verteren. Zeker voor de beginnende hond!

Toezicht: Geef nooit vleesbotten zonder dat er toezicht is. Nooit. Een bot kan vast komen te zitten tussen de kiezen. Of nog erger, in de keel of luchtpijp schieten (zie Heimlich procedure). Je moet erbij zijn om direct in te kunnen grijpen.

Maag/darmobstructie: Botten kunnen ook vast komen te zitten in het spijsverteringskanaal. Wees daarop bedacht. Ga onmiddellijk naar de dierenarts indien je een obstructie vermoed.

Symptomen van obstructie zijn: misselijkheid, steeds overgeven, niet goed kunnen ontlasten (er kunnen wel hele kleine beetjes ontlasting geloosd worden) en buikpijn. Weet dat bot op een röntgenfoto zichtbaar is. Een röntgenfoto kan dus duidelijkheid scheppen of er een bot-obstructie zit of niet.

Honden braken soms stukjes bot uit: Dit gaat vaak gepaard met geel slijm. Op zich niet iets om je ongerust over te maken. Wat niet verteerd kan worden, spuugt de hond uit. Dit is een normale reactie van het lichaam. Kijk wel of dit steeds bij dezelfde botten gebeurd en schrap deze zo nodig van het menu.

 

Een gewaarschuwd mens telt voor twee: Na bovenstaande informatie gelezen te hebben, lijkt het misschien alsof er dagelijks dingen mis gaan met het eten van botten, maar dit is niet het geval. Er gaat gelukkig zelden iets mis. Maar niets in het leven is helemaal zonder gevaar en ik vind dat iedereen zich van mogelijke gevaren bewust moet zijn.